Regels en criteria

Om te beoordelen of iemand een voedselpakket krijgt, hanteren wij de landelijke regels en criteria die vastgesteld zijn door de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken.

Belangrijk in de bepaling of iemand in aanmerking komt, is het leefgeld per maand. Leefgeld is wat overblijft als uw uitgaven (vaste lasten) van uw inkomsten zijn afgetrokken. Hieronder kunt u zien wat gezien wordt als inkomsten en uitgaven.
U komt in aanmerking voor voedselhulp als het leefgeld lager is dan de geldende normbedragen (Zie tabel).
De normbedragen zijn bepaald door Voedselbanken Nederland en gelden voor alle voedselbanken.

Wat zijn inkomsten

Hieronder vallen alle netto inkomsten, inclusief toeslagen en (voorlopige) teruggaaf Inkomstenbelasting van aanvrager, van de partner of inwonende volwassene waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd.
Van inwonende (volwassen) kinderen met eigen inkomen uit arbeid of uitkering mag een bijdrage aan het gezinsinkomen worden verwacht (kostgeld). Hiervoor wordt standaard een bedrag van € 200,- per maand gerekend, ongeacht of dit ook daadwerkelijk wordt betaald. Dit geldt ook voor inwonende verdienende ouder, broer, zus of meerderjarige stief- of pleegkinderen. Ook van deze personen mag een bijdrage worden verwacht. De hoogte van de bijdrage zal worden bepaald door de intaker, maar zal minimaal € 200 per persoon per maand bedragen.

Inkomsten die niet meegeteld worden:

  • Inkomsten die een specifiek doel hebben, zoals langdurigheidstoeslag, bijzondere bijstand en kleine inkomsten uit hobby.
  • Neveninkomsten van kinderen zoals een krantenwijk of bijbaantje.
  • Vakantietoeslag.
  • Kinderbijslag.
  • Studiefinanciering inwonende kinderen.
  • Persoonsgebonden budget [PGB]. Is meestal samenstel van doeluitkeringen, ook geen kosten tellen. Als er aanleiding is het PGB toch mee te tellen, dan ook
    de betreffende gemaakte kosten in mindering brengen.

Wat zijn uitgaven

Bij de uitgaven tellen alleen de kosten mee van de personen van wie het inkomen is meegeteld. Kosten, die bijvoorbeeld vanuit de kinderbijslag of persoonsgebonden budget worden voldaan, tellen dus niet mee. De meest voorkomende zaken die bijna alle uitgaven afdekken zijn:

  • Huur. De werkelijke kosten.
  • Rente en aflossing hypotheek. Conform de bankafschriften.
  • Energie en water. Conform de bankafschriften.
  • Premies
    • Zorgverzekering (basis en aanvullend).
    • Overige verzekeringen (zoals: aansprakelijkheids-, inboedel- en uitvaartverzekering).

    Voor al deze premies geldt: conform de bankafschriften en de werkelijke totale kosten tot een maximum van € 189 p/m en per volwassene. In dit maximum is rekening gehouden met een premieverhoging van € 8 voor de zorgverzekering in 2021. Als het maximum overschreden wordt, is het aan de intaker om dit te beoordelen. Vaak is bijsturing op korte termijn onmogelijk.

  • Niet-vergoede ziektekosten: eigen risico en zelfzorgmiddelen, tot een maximum van € 38 p/m en per volwassene. Eigen bijdrage voor o.a. geneesmiddelen ter beoordeling van de intaker.
  • Telefoon, TV en Internet (werkelijke kosten met een maximum van € 55 p/m plus €4 per extra gezinslid vanaf 12 jaar). Uitgangspunt is, dat elk huishouden beschikt over een televisie en een computer met internetverbinding. De €4 per persoon is gebaseerd op een goedkope mobiele telefoon zonder databundel. Als een databundel aantoonbaar noodzakelijk is, kan hiervoor tot €10 p.p. per maand extra meegenomen worden.
  • Gemeentelijke belastingen (voorzover die daadwerkelijk worden betaald).
  • Persoonlijke verzorging incl. was- en schoonmaakmiddelen. €6 per huishouden en € 19 per gezinslid. Anders gezegd: €25 voor 1 persoon en €19 voor ieder volgend gezinslid.
  • Vervoer. € 18 per gezinslid. Op basis van fiets en zeer beperkt reizen met openbaar vervoer.
  • Belastingen Waterschap (voorzover die daadwerkelijk worden betaald).
  • Aflossing van schulden (schulden aan familieleden worden in beginsel niet meegenomen. Wanneer de schuld schriftelijk is vastgelegd en aflossingen via
    bankafschriften zijn te controleren kan de aflossing worden meegenomen).
  • Kosten kinderopvang mits noodzakelijk en onder aftrek van evt. toeslag
  • Kosten onderwijs voorzover daadwerkelijk betaald. Hiervoor zijn vrijwel altijd voorzieningen.
  • Overige uitgaven dienen altijd gespecificeerd te worden.

Uitgaven die niet meegeteld worden:

  • Autokosten (of ander vervoer): alleen in bijzondere situaties wanneer de kosten ook aantoonbaar worden gemaakt. In dat geval mag € 0,19 per km. worden
    gerekend (voorbeelden kunnen zijn woon-werk en medische noodzaak).
  • Kosten van huisdieren: deze kosten komen niet in aanmerking als uitgaven, tenzij het aantoonbaar om een hulp- of blindengeleidehond gaat.
  • Premie voor spaar-, pensioen- of overlijdensrisicoverzekering met spaarelement, voorzover niet verbonden aan de eigen woning.

Normbedragen

Het basisbedrag per huishouden bedraagt € 135,-. Per persoon in uw huishouden komt daar € 95,- bij.
Uitgangspunt is dat ieder huishouden 1 pakket ontvangt.

Aantal kinderenAlleenstaandEchtpaar / Samenwonend
0230325
1325420
2420515
3515610
4610705
5705800